Al vóór de Tweede Wereldoorlog droomde Noordwijk van vooruitgang: betere bereikbaarheid, een autovrije boulevard en ruimte om te flaneren aan zee. Modernisering werd gezien als sleutel tot economische bloei en toeristische aantrekkingskracht. Maar vooruitgang kent een prijs, zeker wanneer visie plaatsmaakt voor kortetermijnwinst.
De aanleg van de Parallel Boulevard eind jaren zeventig vormt daarvan het scherpste voorbeeld. Dwars door bestaande bebouwing, vlak langs de kust, verdween veel historisch karakter. Wat werd gepresenteerd als vooruitgang, mondde uit in verstening, schaalvergroting en een eenzijdige focus op commercie. Leefbaarheid, ruimtelijke kwaliteit en menselijke maat verloren het van projectontwikkelaars.
In de jaren zestig uitten bewoners hun zorgen: zou Noordwijk, ondanks mooie beloften, niet juist minder aantrekkelijk worden? Zij kregen gelijk. Ik maakte deze ontwikkeling van dichtbij mee: als bewoner, activist en later als gemeenteraadslid.
Nu het Vuurtorenplein opnieuw ter discussie staat, is de keuze urgent. Blijven we dezelfde fouten herhalen, of kiezen we eindelijk voor kwaliteit, menselijke maat en een duurzame toekomst voor Noordwijk? De geschiedenis ligt open. De vraag is of we ervan leren. Dat vraagt moed, transparantie en bestuurders die luisteren naar inwoners, niet winst alleen.
